
Hoe een moeilijke eerste stap uiteindelijk zorgde voor meer dan alleen beweging
Een tijdje geleden kwam er een nieuwe sporter bij ons binnen. Een jongen van 10, hoogbegaafd, die al een tijdje thuiszat. Geen school om naartoe te gaan, geen sportclub waar hij aansluiting vond. Tijd om samen aan de slag te gaan, met begeleiding op maat.
Wat er in de maanden daarna gebeurde, ging verder dan we hadden verwacht. Niet alleen op het gebied van bewegen, maar ook in hoe hij zich voelde en presenteerde. En die twee bleken meer met elkaar te maken te hebben dan je in eerste instantie zou denken.
Voordat er van sporten sprake kon zijn, moest er eerst iets anders gebeuren: hij moest überhaupt weer durven beginnen. Voor een kind dat al een tijd niet meer meedeed, is dat geen kleine stap. Er is geen routine meer, geen vertrouwd ritme, en vaak ook geen idee meer van wat je lichaam nog kan.
In het begin was dat dan ook duidelijk zichtbaar. Het kostte moeite om te starten, oefeningen voelden onwennig en de inspanning die erbij kwam kijken was wennen. Dat is precies waar geduld en een vaste begeleider het verschil maken: niet pushen, maar rustig opbouwen vanuit wat op dat moment mogelijk is.
Wat we daarna zagen, is iets waar gedragspsychologie al langer over schrijft. Een kleine, geslaagde poging bouwt vertrouwen op, en dat vertrouwen maakt de volgende poging weer iets makkelijker.* Bij deze jongen ging het precies zo: elke training die lukte, hoe klein ook, maakte de volgende training iets vanzelfsprekender. Naarmate dat vertrouwen groeide, ging het bewegen zelf ook merkbaar beter. Het een trok het ander mee.
Naast die mentale kant, zagen we ook iets terug in zijn lichaam. Na de eerste weken leek het bijna alsof er een groeispurt was ingezet. Dat is minder toevallig dan het klinkt.
Wanneer een kind weer in beweging komt, gebeurt er meer dan je aan de buitenkant ziet. Inspanning prikkelt onder andere de aanmaak van groeihormoon, dat via de lever zorgt voor de aanmaak van IGF-1, een stof die nauw betrokken is bij de groei en opbouw van spieren en botten.** Bij kinderen die een tijd weinig hebben bewogen, kan dat systeem als het ware weer op gang komen zodra er opnieuw fysieke prikkels zijn.
Het is wel belangrijk om hier genuanceerd in te zijn: sporten zorgt niet voor een groeispurt die er anders niet geweest zou zijn, en het maakt kinderen niet langer dan ze van nature zouden worden. Wat het wel kan doen, is het lichaam ondersteunen in de ontwikkeling die er al in zit. Juist bij kinderen die lange tijd stil hebben gezeten, kan dat verschil dan ineens zichtbaar worden zodra de beweging terugkomt.
Dat gold ook voor deze jongen. Wereldwijde richtlijnen voor kinderen met een beperking of extra ondersteuningsbehoefte noemen dan ook niet voor niets meerdere soorten voordelen van regelmatig bewegen tegelijk: sterkere spieren en botten, maar ook meer zelfvertrouwen en een positiever effect op hoe een kind zich voelt.*** Bij hem zagen we die twee kanten hand in hand gaan.
Wat deze casus voor ons duidelijk maakt, is dat je die twee vormen van groei eigenlijk niet los van elkaar kunt zien. De moeilijke eerste stap, het steeds iets makkelijker gaan, het opbouwen van vertrouwen in het eigen lichaam: dat proces liep parallel aan de fysieke veranderingen die we zagen. Meer zekerheid in zijn bewegingen, meer controle, en gaandeweg een houding die je gerust zelfbewuster kon noemen.
De ontwikkeling zat niet in één groot moment, maar in de optelsom van alles. In het feit dat hij bleef komen, ook toen het nog moeilijk was. In hoe hij zich stap voor stap vrijer ging bewegen. En in hoe zijn lichaam weer meedeed, nu het daar de ruimte voor kreeg.
Bij UniekGezond starten we nooit met de aanname dat sporten vanzelf gaat. We beginnen bij een vaste begeleider, in het tempo van de deelnemer, en bouwen van daaruit rustig op. Soms is de grootste winst in de eerste weken niet fysiek, maar juist dat iemand weer durft te beginnen.
*Bandura, A. — Self-Efficacy: The Exercise of Control. Grondlegger van de zelfeffectiviteitstheorie: geslaagde ervaringen (“mastery experiences”) vergroten het vertrouwen om een volgende stap te zetten.
**Eliakim, A. & Nemet, D. — onderzoek naar de groeihormoon-IGF-1-as en lichaamsbeweging bij kinderen, o.a. gepubliceerd via Journal of Applied Physiology en American Journal of Physiology.
***World Health Organization (2020) — WHO Guidelines on Physical Activity and Sedentary Behaviour, met specifieke aanbevelingen en voordelen voor kinderen met een beperking.



